• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
U bevindt zich hier:
Homepagina - Aanlegtips

hoofdmenu

Aanlegtips

Grondwerk en Drainage

Spitten

Spitten is een kwestie van rijtje na rijtje en laag na laag. Dat kan één of meerdere steken diep gaan. Bij twee steken diep zit u al op 50cm in de grond. dat is meestal voldoende.

Waar blijft het water?

Hoewel afhankelijk van de 'doorlaatbaarheid'. van de grond en de ';hoogte' van uw tuin, is het voldoende om uw terras 1à 2cm per meter te laten aflopen naar de plaats waarheen u uw regenwater wilt geleiden.
Als het straatwerk iets hoger ligt dan de borders, zal het teveel aan water makkelijk in de bodem verdwijnen. Indien er sprake is van erg zware grond of extra wateroverlast is een drianagesysteem gekoppeld aan de hemelwaterafvoer via de riolering aan te bevelen.

Fundering

Een goede, duurzame bestrating ligt op een degelijke fundering. Is de fundering niet goed, dan kan uw terras of tuinpad na verloop van tijd gaan verzakken en in sommige gevallen zelfs gevaarlijk worden. Het funderingsadvies is voor elk project afhankelijk van de ondergrond, de toepassing en het gebruikte materiaal. Er zijn een aantal vuistregels om de benodigde fundering te bepalen. Hoe zwakker de ondergrond, hoe zwaarder en dikker de fundering moet zijn. De meeste funderingen bij particuliere projecten bestaan uit twee lagen:
  1. Een onderlaag van grove steenslag of gebroken puin. Deze onderlaag is meestal 15-30 cm dik en moet goed worden verdicht, meestal door aantrillen of aanstampen. Heeft de ondergrond een slechte draagkracht, dan kunt u het beste een geotextiel gebruiken. Door dit kunststof doek onder de fundering aan te brengen, wordt de druk gelijkmatiger verdeeld. Bovendien kan het funderingsmateriaal niet in de ondergrond wegzakken.
  2. Een afwerklaag van gewassen zand, bijvoorbeeld ophoogzand of met cement gestabiliseerd metselzand, afhankelijk van het materiaal dat voor de bestrating is gekozen.
Hoe dunner het bestratingsmateriaal, hoe steviger de fundering moet zijn. Een dikke betonklinker kan geplaatst worden op een fundeirng van goed aangetrild, gewassen zand. Een dunne terrastegel moet gelegd worden in cement gestabiliseerd metselzand.
Hoe zwaarder de bestrating wordt belast, hoe dikker de fundering moe zijn. Op een paadje naar de voordeur wordt alleen gelopen, maar op een oprit wordt met de auto gereden.

Opsluiting

Als u eenmaal een leuk patroon in het terras of pad hebt gelegd, is het zaak dat het ook mooi blijft liggen. Met behulp van betonbandjes, palissadenbanden of rollagen kunt u deze 'opsluiting' maken. Zorg ervoor dat de rollaag ca. 2 cm lager gesteld wordt dan de stenen van het paadje. Een steen in de lengterichting is een mooie afwerking van het overdwars gelegde halfsteensverband. Excluton heeft verschillenden producten in diverse diktes en/of hoogtes. Voor een normaal terras zijn de 5x15x100cm bandjes prima geschikt.

Paadjes en bochten

Als een paadje bochten maakt, komt u met een halfsteensverband in de problemen. Door het maken van 'taartpunten' tussen de stenen in kunt u het lijnenspel steeds corrigeren.
Met stenen in de lengterichting gelegd onstaan er geen problemen bij bochten. U hoeft slechts op het verband (verspringen) te letten, zodat de eindvoegen niet tegenover elkaar komen.

Aanleg van een rond terras

Bij een rond terras legt u de stenen rijtje voor rijtje, van buiten naar binnen. De buitenste rij wordt gelegd aan de hand van een uit het middelpunt getrokken cirkel (stok en touwtje). Hoe verder u naar het hart van de cirkel komt, des te groter worden de gaten en kieren tussen de stenen. Het is dan verstandig om het laatste stukje (ca. 1m) op te vullen met een stukje recht straatwerk.
Excluton heeft echter ook cirkels in het assortiment die kant-en-klaar zijn, zonder kieren en spleten. Alle stenen van de cirkel liggen dan mooi strak tegen elkaar aan.

Palissaden

Palissaden zijn bedoeld om randen en grondkeringen te maken. Maar u kunt er ook trappen, opvallende afscheidingen, posten voor lage hekjes enz. mee maken. Er zijn ook granieten palissaden die mettertijd alleen maar indrukwekkender worden als ze verweren.
Om te zorgen dat een palissadenwandje bij een niveauverschil goed op zijn plaats blijft, moet deze de druk van de verhoogde grond erachter kunnen weerstaan. Dat betekent dat een palissade een stuk in de grond moet worden ingegraven om tegendruk te geven. Als vuistregel is 'half in de grond en half erboven' te gebruiken. In de praktijk worden palissaden ook nog eens in een lichte betonfundering gezet. In zo'n geval is verzakken eigenlijk onmogelijk en wordt er bij een niveauverschil van bijv. 25 cm boven de grond uitgegaan van een palissade van minstens 40 cm.